Symposium 25 jaar OBN – Kennis maken voor natuurkwaliteit

Door: Hans van den Bos, Bosbeeld – Foto’s: Landbeeld

Het zijn dynamische tijden, ook voor OBN. Het 25-jarig bestaan van het kennisnetwerk is een goede aanleiding om samen te komen, terug te kijken naar resultaten en vooral de blik op de toekomst te richten. Wat bepaalt het succes van het OBN en hoe houden we het kennisnetwerk ook in de toekomst fris en relevant?

Ruim 200 mensen hadden zich op 26 juni verzameld op congrescentrum de Boerinn bij Woerden. Vooral onderzoekers, maar ook beheerders en beleidmakers. Behalve het plenaire programma waren er lezingen, over ‘water en natuur’, beheeradviezen, de PAS, LIFE+ en nog veel meer. Daarbuiten was er gelegenheid om bij te praten en kennis op te doen op de informatiemarkt waar de OBN-deskundigenteams zich presenteerden. Hieronder een verslag van het plenaire programma en een selectie uit de lezingen.

OBN, al 25 jaar relevant

Dagvoorzitter Teo Wams (directeur Natuurbeheer Natuurmonumenten en bestuurslid VBNE met OBN in portefeuille) opent het symposium: “Het kennisnetwerk OBN bestaat 25 jaar. Dat is een mooi moment om terug te blikken op de bijdragen van OBN aan het herstel en beheren van natuur in Nederland. Waarom bestaat OBN? 25 jaar geleden werd er hoge urgentie gevoeld om de natuur met concrete maatregelen te helpen tegen de effecten van verzuring, vermesting en verdroging. Voor effectieve maatregelen is kennis nodig, was het idee. Zo besloot men tot het opzetten van een kennisnetwerk OBN – dat stond voor Overlevingsplan Bos en Natuur. OBN is in de loop van de tijd op onderdelen veranderd. Een belangrijk principe is gebleven: onderzoekers werken nauw samen met uitvoerders, en nog steeds is er veel aandacht voor het uitdragen van kennis naar de praktijk.
Dat dit werkt bewijzen vele successen. Door OBN weten we nu hoe we vennen moeten herstellen en denken we heel anders over beheer van het heidelandschap. OBN is beleidsmatig nog steeds relevant, want het is efficiënt, effectief en onafhankelijk.”

Paneldiscussie o.l.v. Ed Nijpels

Robuuste gebieden en soorten
Ed Nijpels (voorzitter Bosschap): De rijksnatuurvisie zou je zo kunnen lezen dat wanneer er maar voldoende robuuste natuur is, er geen aandacht meer nodig is voor de Habitatrichtlijn en de soorten – die zouden zich wel redden. Onderschrijf je dit?
Mascha Brouwer (divisiedirecteur Staatsbosbeheer): Bij herstel van systemen, bijvoorbeeld de Delta of het Waddengebied, krijgt het gebied dynamiek en robuustheid. Het kan een stootje hebben en soorten floreren. Wij proberen in onze beheerstrategie hier al langere tijd vorm aan te geven. Wat mij betreft streven we naar robuustheid én aandacht voor soorten. Het is niet ‘of’ maar ‘en’.
Nijpels: Gaan we met het nieuwe rijksbeleid soorten opgeven?
Brouwer: Juist in grote systemen is de natuur heel dynamisch; soorten komen en gaan. Af en toe zal je balans op moeten maken of een afnemende soort nog te redden is. Misschien moet je dan besluiten: het is genoeg geweest.
Leon Lamers (hoogleraar Radboud Universiteit): We weten dat robuuste natuur een eufemisme is voor goedkope natuur. Dat is niet zo erg zolang het niet doorslaat. Er zijn enorme effecten op de natuur als we niets meer doen. En als we nergens bijsturen in de natuur krijgen we overal dezelfde saaie bende.

Kennis
Nijpels: Is er in Nederland nog steeds een grote behoefte aan kennis voor natuurbeleid?
Lamers: Die behoefte is er nog steeds. Dat hoor ik van alle mensen waar ik mee samenwerk.
Brouwer: Wij kunnen zelf niet alle specialismen in huis hebben, daarom kunnen we niet zonder het OBN.
Nijpels: Hoe gaan provincies verzekeren dat ze in de toekomst over de benodigde kennis kunnen beschikken?
Jan Jacob van Dijk (gedeputeerde provincie Gelderland): Kennis is cruciaal. Er is daarom geld gereserveerd. Maar dat is niet alleen voor OBN. Kennis van bijvoorbeeld OBN blijft nodig om te kunnen motiveren waarom wij grote uitgaven doen voor het natuurbeleid, zoals de aanleg van ecoducten. Kennis hebben we bovendien nodig voor betere beheermethoden zodat het beleid effectiever wordt.
Rob van Brouwershaven (directeur Natuur & Biodiversiteit, ministerie van Economische Zaken): De rijksnatuurvisie laat zien dat er veel meer natuurbeheerders in Nederland zijn dan de traditionele natuurterreinbeheerders: zoals boeren en waterbeheerders. Laat deze beheerders ook aan de slag gaan. Ik wil OBN vragen mee te denken over de ontwikkeling van een nieuw open lerend kennisnetwerk, dat deze beheerders bedient.

Lezing Innovatieve communicatie

Als eerste voorbeeld van innovatieve natuurcommunicatie presenteert Andy Wilbers (AW64) de online Vennensleutel. Deze web-applicatie die hij in opdracht van OBN maakt, vervangt de oude papieren versie van de sleutel. Die bleek voor teveel gebruikers een doolhof en bleef daardoor ongebruikt op de boekenplank. Kenmerken van de digitale vennensleutel zijn flexibiliteit en gebruiksgemak. De sleutel geeft algemene informatie én de mogelijkheid tot analyseren van een specifiek ven. De praktijk zal moeten uitwijzen of deze sleutel aansluit bij de wensen en werkwijze van de doelgroep. Met de interactiviteit zit het in elk geval wel goed.

Dat laatste kan ook gezegd worden van het nieuwe online tijdschrift Duinenenmensen.nl van Rolf Roos (Natuurmedia). Het is een kennissite over de duinen en de mensen die er wonen, werken en recreëren. Hij richt zich op liefhebbers van duinen en stimuleert dat zij bijdragen leveren aan de website, door aanvullingen te geven op de artikelen, foto’s en filmpjes te posten, of zelf artikelen te schrijven.

Lezing Beheeradviezen in de praktijk

Beheerders met een specifiek beheerprobleem kunnen via een van de OBN-deskundigenteams een verzoek doen voor een beheeradvies. Als de vraag wordt gehonoreerd formeert OBN een ad-hoc adviesteam dat zich inleest, ter plekke gaat kijken en binnen enkele maanden een (kort) praktisch beheeradvies levert.

Anton van Haperen (Staatsbosbeheer) vertelt over het advies dat OBN aan de beheerder en de gemeente gaf over hoe om te gaan met de sterk toegenomen populatie damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Hein van Kleef (Stichting Bargerveen) beschrijft de werkwijze en de inhoud van het recent uitgebrachte beheeradvies over de Oostelijke witsnuitlibel in de Catspoele. Hier kwam de vraag van It Fryske Gea, dat wilde weten wat de oorzaak was van de plotselinge achteruitgang van deze zeldzame soort en wat de beheerder ertegen kon doen.

Lezing Invasieve exoten

Er zijn duizenden exoten in Nederland, de meeste geven nauwelijks problemen. De kleine groep die wel ernstige problemen veroorzaakt – omdat ze de biodiversiteit, onze veiligheid of gezondheid bedreigen – noemen we invasieve exoten.
Hoe pak je invasieve exoten aan? Als de populatie nog klein is kan de soort effectief bestreden worden. Als de populatie de tijd heeft gekregen zich sterk uit te breiden is de bestrijding moeilijker en kostbaar. Proactief ingrijpen is daarom belangrijk. De meest effectieve aanpak is daarom: introductie tegengaan. Dat betekent handelsstromen in de gaten houden; bij natuurgebieden opletten bij aanvoeren van grond en voorkomen dat mensen tuinafval dumpen. Zodra exoten binnen komen zit je in een volgende fase. Vroegtijdig ontdekken en bestrijden is hier essentieel. Bij planten is er een lijst van bijna 30 soorten onderscheiden waarvan bestrijding essentieel is (te downloaden van VBNE.nl). Hij benadrukt dat deze soorten tegen lage kosten kunnen worden bestreden, mits je vroeg ingrijpt. Hij hoopt dat ook gemeentelijke beheerders – die nu nog vaak invasieve soorten zoals rimpelroos aanplanten – kennisnemen van deze lijst en het advies ter harte nemen.

Afsluiting en conclusies

Bij zijn afsluiting betrekt Teo Wams gedeputeerde Rein Munniksma van provincie Drenthe. Munniksma heeft OBN leren kennen als een kennisnetwerk dat met goede en pragmatische oplossingen komt. Hij zou graag zien dat OBN zich ook ontfermt over het agrarisch natuurbeheer.

Tenslotte geeft Wams een korte impressie van de dag: “Binnen OBN komen beheerders, beleidmakers en onderzoekers tot relevante vragen en toepasbaar onderzoek. Het is vandaag weer eens bevestigd dat OBN ongelooflijk kosteneffectief opereert. Veel genoemd is de wens tot verbreding: met water, met agrarisch natuurbeheer. Daar liggen kansen. Daarnaast zou het goed zijn dat OBN sterker aansluit bij de vragen vanuit het beleid. Tot besluit: we kunnen nooit teveel doen aan kennisverspreiding. Want wat heb je aan kennis wanneer die niet toegepast wordt?”

Voor meer informatie over het symposium

nijpels_en_brouwers_gesprek
Ed Nijpels en Mascha Brouwers in gesprek.

overhandigen_25_jaar
Overhandiging 25 jr o+bn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *