Samenspel tussen het Natuurnetwerk Nederland en de Wet natuurbescherming

Positief voor natuur en ruimtelijke ontwikkeling

Door: Lucia Schat, projectleider Platform Natuur in de Gemeente bij Regelink Ecologie & Landschap

De Wet natuurbescherming beschermt niet alleen bestaande natuur. In samenspel met het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) zijn er allerlei mogelijkheden voor nieuwe natuur en ook voor ontwikkeling in de openbare ruimte. Zo kan het Natuurpact van 2013, waarin de provincies met het Rijk hebben afgesproken om tot 2027 minimaal 80.000 hectare nog niet bestaande natuur als NNN in te gaan richten, helpen bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming.

Natuurnetwerk Nederland en ruimtelijk beleid
Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Hierin is onder andere opgenomen dat provincies het opgestelde rijksbeleid verder vorm moeten geven via een provinciale verordening. Onderdeel hiervan is dat de provincie voor elk NNN-gebied een natuurdoel moet vastleggen. Dit beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied.
De rechtstreekse werking van het NNN vindt plaats door de toetsing van gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aan het opgestelde provinciale NNN-beleid. Dit NNN-beleid werkt vervolgens door tot op het gemeentelijk niveau. Gemeenten moeten bij vaststelling van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen voor het afwijken van een bestemmingsplan de regels met betrekking tot het NNN toepassen, zoals deze voortvloeien uit de provinciale verordening.

NNN en de doorwerking ervan in de Wet natuurbescherming
Vergeleken met de voormalige Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet 1998, is de bescherming van soorten in de Wet natuurbescherming meer uitgewerkt als een gebiedsbescherming voor robuuste natuur. Dat betekent dat provincies met name op een gebiedsgerichte wijze gaan werken aan behoud en versterking van leefgebieden van verscheidene soorten.

Passieve en actieve soortbescherming
De Wet natuurbescherming is verder opgedeeld in passieve en actieve soortbescherming. Bij passieve bescherming gaat het over beschermde soorten, via verboden en het stelsel van uitzonderingen op de verboden. Actieve soortbescherming betreft het nemen van maatregelen om natuur te herstellen of ontwikkelen, om zo de vastgelegde natuurdoelen te behalen. En dit is waar de gebiedsgerichte bescherming onder de Wet natuurbescherming en de realisatie en instandhouding van NNN-gebieden samenkomen.

Samenspel natuurwetgeving en NNN biedt kansen voor natuur en economie
Provincies zetten nu in op de realisatie van een robuust netwerk van natuur. Doordat de focus hiermee verschuift van enkel individu- of soortbescherming naar een veel bredere aanpak, kunnen de effecten van ingrepen op natuur op grotere schaal ook beter worden beoordeeld. Hierdoor kunnen vervolgens veel gerichter maatregelen getroffen worden ter bescherming van soorten, en wat weer resulteert in het ontstaan van meer ruimte voor ontwikkelingen in de openbare ruimte. Dit kan het spanningsveld tussen natuurbescherming en economische belangen verminderen en zelfs leiden tot het versterken van elkaars doelen (o.a. weerstand bieden aan klimatologische veranderingen, gezondheid, het versterken van de sociale cohesie en het vergroten van de biodiversiteit).

De natuurwetgeving wordt vaak ervaren als een lastig te hanteren wetgeving die veelal in conflict raakt met bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen in een gemeente. Wanneer gemeenten en provincies de verbinding gaan leggen tussen de Wet natuurbescherming en het NNN, kan men groter gaan denken en daarmee ook zaken realiseren. Want door groter te denken, de natuur de ruimte te geven in daarvoor aangewezen gebieden, en niet alleen meer naar een individu maar naar een hele populatie in een gebied te kijken (bijvoorbeeld met een generieke ontheffing), is er opeens ontzettend veel mogelijk!

Utrecht is een heel mooi voorbeeld van een provincie die beleid heeft opgesteld voor actieve soortbescherming in samenhang met het NNN.

Provincie Utrecht: actieve soortbescherming hand in hand met NNN
Het actieve soortenbeleid wordt in de provincie Utrecht gerealiseerd in gebieden die zijn aangeduid als ‘natuurparels’. Het doel van het actieve soortenbeleid voor provincie Utrecht is om in natuurparels gecontroleerd maatregelen uit te kunnen voeren die bijdragen aan het duurzaam in stand houden van alle in Utrecht van nature voorkomende soorten planten en dieren. Het beleid richt zich daarbij op het behoud en herstel van de levensomstandigheden van die soorten. In eerste instantie wil Utrecht dit realiseren in het NNN, waar de meeste natuurparels onderdeel van uitmaken of aan grenzen. Daarbinnen en daarbuiten streeft de provincie naar een gezamenlijke aanpak in natuurparels voor icoonsoorten: soorten die kenmerkend zijn voor de Utrechtse natuur. De soortbeschermingsmaatregelen in een natuurparel worden in eerste instantie dan ook bepaald door de vereisten van de icoonsoorten. Win-win-factor hierbij is dat andere bedreigde soorten ook van deze maatregelen profiteren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *