Column; Natuurwetgeving

Beleidsregels passieve soortbescherming in Limburg: Verdere verschillen met andere provincies, maar wel een stap vooruit!

Zoals in de vorige column (editie september 2017) al was aangegeven heeft de implementatie van de Wet natuurbescherming niet voor elke provincie een vergelijkbaar toetsingskader opgeleverd. Onlangs heeft de provincie Limburg haar beleidsregels voor de Wet natuurbescherming gepubliceerd. Deze beleidsregels leiden weliswaar tot verdere verschillen tussen provincies, maar ook tot een meer wel overwogen toetsingskader en duidelijke richtlijnen. In deze column behandelen we de opvallendste zaken.

Verschillen tussen provincies, is dat erg?
Eerst staan we nog even stil bij de vraag of het erg is dat er verschillen tussen provincies zijn. Nee dat is niet het niet. Op zich is het zelfs heel logisch dat er verschillen in beschermingsregimes zijn tussen provincies. Zo kan een provincie waarin een bepaalde beschermde soort vrij algemeen is, een wat losser beschermingsregime hanteren dan een provincie waarin deze soort minder algemeen is en andersom (voor zover de Vogel- en Habitatrichtlijn dit toelaten). Van belang is natuurlijk wel dat alle provincies (inclusief het Rijk) dezelfde (of in ieder geval vergelijkbare) criteria hanteren, op dezelfde wijze de wet interpreteren en de keuzes die ze maken laten afhangen van de staat van instandhouding van een soort en niet van politieke wensen. Ook is het mijns inziens van belang dat RVO de beleidslijnen van de provincies volgt.

Meer logica ten aanzien van jaarrond beschermde nesten
Een van de meest opvallende zaken in de beleidsregels van de provincie Limburg is de aanpassing van de lijst met jaarrond beschermde vogelnesten. Ten tijde van het inwerkingtreden van de Wet natuurbescherming was de tendens dat de lijst met jaarrond beschermde vogelnesten zoals deze al enige jaren in gebruik was gehandhaafd zou blijven. Dit om de verschillen tussen provincies zo klein mogelijk te houden. In Limburg is de lijst nu echter flink op de schop gegaan. De oude lijst die bestond uit 16 vogelsoorten waarvan het nest daadwerkelijk jaarrond beschermd was en 34 soorten waarvan een inventarisatie gewenst was, is vervangen door een nieuwe lijst met 20 soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is en 19 soorten waarvoor getoetst moet worden er voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft.

Groot pluspunt ten aanzien van de oude lijst is mijns inziens dat er aan de nieuwe lijst nu een betere argumentatie ten grondslag ligt. Ook is de lijst logischer opgebouwd. Alle gebouwafhankelijke soorten, die zeer plaatstrouw zijn, zijn nu opgenomen. Dit betekent dat ook de nesten van huiszwaluw en boerenzwaluw nu een jaarronde bescherming genieten. De meer algemene en minder plaatstrouwe buizerd en sperwer zijn verhuist naar de lijst waarvoor getoetst moet worden of voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft. De raaf, bosuil en torenvalk zijn samen met nieuwkomer rode wouw aan de lijst met jaarrond beschermde nesten toegevoegd.

Nestkasten mogen worden verplaatst
Een andere duidelijke verbetering is de heldere keuze die gemaakt is ten aanzien van kunstmatige nestgelegenheden. Het verplaatsen van een kunstmatige nestgelegenheid is, mits de functionaliteit effectief blijft, niet meer verboden. Dit bekend dat nestkasten van kerkuil, steenuil en torenvalk dus zonder ontheffing verplaats kunnen worden.

Interpretatie van verbodsbepalingen
Onder de Flora- en faunawet mochten nesten en andere vaste rust- en verblijfplaatsen niet worden verstoord. Veel onduidelijkheid bestond over wat er onder de Wet natuurbescherming wel en niet mogelijk is. De provincie Limburg is hier helder in. Verstoring (wat op zichzelf niet verboden is) die leidt tot de situatie dat een nest of verblijfplaats niet meer functioneert wordt gezien als het beschadigen en vernielen van verblijfplaatsen en is dus een overtreding van de Wet natuurbescherming.

Heldere eisen aan onderzoek
De provincie Limburg stelt duidelijke eisen aan de uitvoering en onderdelen van de benodigde natuuronderzoeken. Ze geeft duidelijk aan waaraan een quickscan of nader onderzoek moet voldoen, hoe de rapportages moeten zijn opgebouwd, welke gegevens ze moeten bevatten, welke kennis de opsteller moet hebben, hoe er moet worden getoetst, enz.

Overige opvallende zaken
In de beleidslijn zijn verder aanwijzingen opgenomen over: de indieningsvereisten voor een ontheffing, monitoring van niet bewezen effectieve maatregelen, gebruik van oudere gegevens, toetsing aan lokale of regionale staat van instandhouding, interpretatie van wettelijke belangen, de mogelijkheid voor het verkrijgen van een positieve afwijzing in de vorm van een bestuurlijk oordeel en de mogelijkheid om (in een uitzonderingsgeval) een ontheffing te verkrijgen zonder nader onderzoek uitgaande van een worst-case scenario.

Conclusie
De provincie heeft met deze beleidsregels een helder en duidelijk kader neergezet voor de implementatie van de passieve soortenbescherming in Limburg.

Door: Martin van den Hoorn

Martin van den Hoorn is eigenaar van CENW | Contra-expertise Natuurwetgeving. Vanuit deze rol heeft hij geregeld te maken met wet- en regelgeving rond natuur. In deze column wordt telkens een actueel onderwerp behandeld.


Eén reactie op “Column; Natuurwetgeving

  1. Grotendeels mee eens, behalve dat opzettelijk (ver)storen van Vogerichtlijn en Habitatrichtlijnsoorten wel degelijk verboden is: art. 3.1 lid 4 en art. 3.5 lid 2.
    Alleen voor de nationale soorten is verstoring niet meer ontheffingplichtig.
    Hoewel helder geformuleerd, gesleep met nestkasten kan ook leiden tot het wegwerken van ongewenste bewoners. iedere keer een stukje verder. Geen haan die daar dan nog naar kraait…
    Maar misschien kijk ik daar als handhaver kritischer naar dan anderen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *