Rubriek; Laatste weetjes over de Wet natuurbescherming

NOTA VAN WIJZIGING; HERSTEL WETSVOORSTEL AANSLUITING OP GELDENDE BOSWET

Bron: Magazine editie december 2015
Door: Lucia Schat, Regelink Ecologie & Landschap
 
In de derde nota van wijziging is de bescherming van knotwilgen en geknotte populieren in het wetsvoorstel hersteld.
In de voorgaande editie van het magazine staat in het artikel ‘Wat staat gemeenten te wachten na de inwerkingtreding van de nieuwe Wet natuurbescherming?’ beschreven dat op grond van de Wet natuurbescherming gemeenten weer de bevoegdheid hebben om ‘de bebouwde kom Boswet’ vast te stellen. Buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ kunnen gemeenten geen bomen- of kapverordening meer
v
aststellen[1].
De uitzondering voor knotwilgen en knotpopulieren was hierbij niet overgenomen uit de Boswet, maar is inmiddels gecorrigeerd, zoals te lezen is in de tekst overgenomen uit de derde nota van wijziging. ‘’Op grond van de Boswet staat het provincies en gemeenten vrij om regels te stellen over de houtkap van geknotte wilgen en populieren. Dit met het oog op de bewaring van deze uit landschappelijk oogpunt waardevol geachte bomen. In artikel 4.6 van het wetsvoorstel zoals dat is ingediend bij de Tweede Kamer, is deze uitzondering voor knotpopulieren en knotwilgen abusievelijk niet overgenomen uit de Boswet. De derde nota van wijziging herstelt dit.[2]’’

Huidige stand van zaken kapverbod en uitzonderingen hiertoe voor gemeenten buiten de bebouwde kom
In het voorstel voor de Wet natuurbescherming is nu bepaald dat provincies en gemeenten niet bevoegd zijn om regels te stellen over de volgende, buiten de bebouwde kom gelegen houtopstanden: fruitbomen, windschermen om boomgaarden, maximaal twintig jaar oude naaldbomen, kennelijk bestemd te dienen als kerstboom, kweekgoed en uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. Dit met uitzondering van hoogstamfruitbomen en geknotte populieren of wilgen buiten de bebouwde kom, ten aanzien waarvan provincies en gemeenten wel regels mogen stellen. Uit deze voorgestelde bepaling volgt eveneens, dat de voorgestelde inperking van de bevoegdheden van provincies en gemeenten niet geldt wanneer de desbetreffende bomen niet zijn aan te merken als een ‘houtopstand’, gedefinieerd in artikel 1.1, eerste lid. Wanneer het dus gaat om bomen op een oppervlakte grond van minder dan 10 are of om bomen die onderdeel zijn van een rijbeplanting van twintig bomen of minder gerekend over het totaal aantal rijen, is er geen sprake van een ‘houtopstand’ en staat het provincies en gemeenten vrij om ten aanzien van deze bomen regels te stellen.[3]

[1] Wat staat gemeenten te wachten na de inwerkingtreding van de nieuwe Wet natuurbescherming? Magazine Natuur in de Gemeente, editie 7, p. 7-9, 2015.

[2] Regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Nota naar aanleiding van het nader verslag. Kamerstuk 33 348. Den Haag, 28 mei 2015.

[3] Regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Memorie van antwoord. Kamerstuk 33348. Eerste Kamer der Staten-Generaal, 26 oktober 2015.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *