Praktijkcasus nieuwe Wet natuurbescherming: nieuwe verantwoordelijkheden voor gemeenten

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met dhr. S. van Hengel, Advocaat medewerker bij Asselbergs & Klinkhamer Advocaten.
Door: Arthur Hoffmann en Lucia Schat, Regelink Ecologie & Landschap.

Welke verantwoordelijkheden heeft een gemeente als, zoals in onderstaande casus, een initiatiefnemer een gebouw wil slopen voor nieuwbouw?

Op 15 december 2015 heeft de Eerste Kamer de nieuwe Wet natuurbescherming aangenomen, wat inhoudt dat de wet naar alle waarschijnlijkheid op 1 juli 2016 in werking zal treden. De rol die gemeenten krijgen toebedeeld wordt steeds groter, zoals bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.

Voorheen konden twee sporen worden bewandeld: aanhaken bij de omgevingsvergunning (Wabo) of rechtstreeks via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bij de staatssecretaris. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming wordt ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gewijzigd. Zo zijn sub j betreffende gebiedsbescherming en sub k betreffende soortenbescherming toegevoegd onder het eerste lid van art. 2.1 van de Wabo. Hierdoor is niet langer alleen sprake meer van aanhaken (zoals we dit kennen onder de huidige Ffw), maar dat het volledig als een activiteit wordt geïntegreerd in de Wabo/omgevingsvergunning wanneer het om een omgevingsvergunningplichtige activiteit gaat (art. 2.1 eerste lid, onder a t/m i, of art. 2.2 Wabo). Dat betekent dat het klantencontactcentrum van de gemeente moet weten hoe vragen goed moeten worden afgehandeld. Onderstaand voorbeeld laat zien welke informatie daarvoor nodig is.

Voorbeeld
Een oud schoolgebouw (met daarin mogelijk verblijfplaatsen van huismussen, vleermuizen en steenmarters) wordt gesloopt. Op deze locatie vindt herbouw van een nieuw zorgcentrum plaats.

De initiatiefnemer dient bij de gemeente een melding in voor de sloop en vraagt een omgevingsvergunning aan voor de bouw van het zorgcentrum. Van de gemeente wordt verwacht dat zij een volledigheidstoets kan uitvoeren. Dat houdt in dat de gemeente moet kunnen beoordelen of bij de melding en aanvraag op de juiste wijze rekening is gehouden met de eventuele aanwezigheid van beschermde soorten.

Bij deze sloopmelding gaat het niet om een omgevingsvergunningplichtige activiteit (valt niet onder art. 2.1 eerste lid, onder a t/m i, of art. 2.2, en daarmee niet onder de Wabo), maar waarbij wel effecten op beschermde natuur kunnen optreden waarvoor een vergunning vereist is. In dit geval dient de initiatiefnemer een afzonderlijke soortontheffing aan te vragen onder de Wet natuurbescherming, waarvoor het college van Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie het bevoegd gezag is.

De bouw van het zorgcentrum wordt gezien als een omgevingsvergunningplichtige activiteit (art. 2.1 eerste lid, onder a Wabo). Om te kunnen beoordelen of de initiatiefnemer op de juiste wijze aan zijn onderzoeksplicht heeft voldaan moet de gemeente kennis hebben van de ecologie en verspreiding van beschermde soorten. De gemeente moet daarom net als bij de sloopmelding bij de binnenkomende vergunningaanvraag in staat zijn om aan te geven of er een kans bestaat dat door de bouwwerkzaamheden beschermde soorten of hun verblijfplaatsen geschaad worden. Als dat zo is moet de initiatiefnemer een ontheffing aanvragen onder de Wabo. Deze ontheffing moet worden aangevraagd bij het daarvoor bevoegd gezag, het college van B&W. Pas als aan de volledigheidstoets is voldaan door B&W als bevoegd gezag, kunnen GS (hier ligt de feitelijke beslissingsbevoegdheid) een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) afgeven.

Handvatten
Het bovenstaande voorbeeld laat zien dat de gemeente er door de decentralisatie van de uitvoering van de natuurwetgeving nieuwe taken bij krijgt, waarvoor specialistische kennis vereist is. De gemeente kan deze taken invullen door mensen met de benodigde kennis in te huren of in dienst te nemen. Er zijn ook andere mogelijkheden om inhoudelijke ondersteuning te organiseren. Zo kan een omgevingsdienst deze taak voor diverse gemeenten gezamenlijk oppakken. Ook kan in de gemeente de aanwezigheid van beschermde soorten geïnventariseerd worden, waarna deze gegevens via een database of gis-omgeving beschikbaar worden gemaakt.

Een groot voordeel van deze laatste aanpak is dat de gegevens niet alleen te gebruiken zijn door medewerkers die zich bezighouden met natuurwetgeving en/of Wabo, maar dat ook andere afdelingen ervan kunnen profiteren. Denk hierbij aan medewerkers die aan bestemmingsplannen werken: voor het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing is kennis van de aanwezigheid en verspreiding van beschermde soorten onontbeerlijk. Ook voor mensen van de dienst controle en handhaving kan deze kennis nuttig zijn, bij een melding van overtreding van de natuurwet kunnen zij snel inzicht krijgen en ook beter beoordelen of een uitvoerende partij zich houdt aan de voorschriften van de verleende ontheffing. Ook bij het vermoeden van overtreding van de natuurwetgeving kan met de kennis snel inzichtelijk gemaakt worden of alle procedures voor het aanvragen van een vergunning op de juiste wijze zijn doorlopen.

Stroomschema vergunningverlening Wet natuurbescherming

Stroomschema vergunningverlening Wet natuurbescherming

 

 


Eén reactie op “Praktijkcasus nieuwe Wet natuurbescherming: nieuwe verantwoordelijkheden voor gemeenten

  1. Denk voor deze casus die één van de problemen voor het voetlicht brengt waar ik mee zit. Ik blijf een paar vragen houden:
    1. welke rechten en plichten ten aanzien van de flora en faunawet/natuurwet heeft de gemeente ten aanzien van sloopmeldingen als je niet weet óf beschermde natuurwaarden in het geding zijn. Er staat in uw betoog dat een afzonderlijke soortontheffing dient te worden aangevraagd bij GS, maar dat is toch alleen als je weet dát er beschermde soorten aanwezig zijn?
    2. Hoe moet de gemeente een sloopmelding behandelen: zonder meer doorsturen naar GS omdat zij bevoegd gezag worden?
    3. Wie is bevoegd gezag als het gaat om andere vergunningsloze activiteiten zoals kappen van bomen, plaasten van dakkapellen enz. wie gaat in die gevallen toezien of de Ffw of wetNB niet wordt overtreden?

    met vriendelijke groet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *