Monitoring groene gebieden gemeente Groningen

In het kader van de SES

De gemeente Groningen is, in verband met de realisatie van de Stedelijke Ecologische Structuur (SES) en het hierop af te stemmen groenbeheer, in 2008 van start gegaan met de monitoring van haar groene gebieden. In de gemeente is Stadsbeheer verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De stad is opgedeeld in deelgebieden en ieder jaar vindt in een aantal daarvan monitoring plaats.

Wat levert monitoring van de SES op?

In de gemeente Groningen vindt monitoring op grote schaal plaats. Hierdoor ontstaat een duidelijker beeld van de lokale ecologie. Bovendien worden op deze manier de volgende onderwerpen inzichtelijk gemaakt:

  • het voorkomen en de verspreiding van beschermde en bijzondere flora en fauna in de stad;
  • in hoeverre de huidige inrichting voldoet aan de eisen van de doelsoorten;
  • de effectiviteit van het gevoerde beheer.

Daarnaast kunnen met de monitoring van de SES de effecten van ingrepen beter worden beoordeeld.

Doel en effect monitoring

Het monitoringsprogramma is opgesteld door Koeman en Bijkerk. In 2008 is door dit bureau een eerste serie gebieden van de SES onder de loep genomen. Deze zijn geïnventariseerd op planten, dagvlinders, libellen, amfibieën, vogels en zoogdieren. Daarnaast is voor ieder gebied een structuurkartering uitgevoerd om de aanwezige biotopen in kaart te brengen. Op basis van de resultaten van deze eerste monitoringsronde zijn aanbevelingen gedaan voor beheer en inrichting om de ecologische waarde van de gebieden te verhogen.
Tussen 2008 en 2013 zijn een aantal aanbevolen maatregelen uitgevoerd en in 2013 werden de gebieden opnieuw gemonitord.
De nieuwsgierigheid naar het effect van de maatregelen was groot. In een aantal gebieden waren duidelijke veranderingen te zien en de aanpassing van beheer en inrichting heeft daar zonder twijfel aan bijgedragen.

Mark Ronda, beleidsmedewerker ecologie:

Monitoring is voor de gemeente Groningen de thermometer van het beleid en beheer.

Monitoring SES levert verassende resultaten

Dat niet alleen gevarieerde, grote groengebieden een hoge ecologische waarde kunnen hebben, blijkt uit de waarnemingen die zijn gedaan in de Coendersborg. In dit landgoed, midden in de stad Groningen, zijn geen wijzigingen in beheer en inrichting doorgevoerd. Toch kwam in dit gebied in 2013, in tegenstelling tot in 2008, de Bruine kikker massaal tot voortplanting in de kleine vijver. In de bosschages komen nu bovendien veel eekhoorns voor.
Bijzonder in de Coendersborg zijn ook de verblijfplaatsen van de rosse vleermuis. In 2008 werd één paarverblijf aangetoond, waarin een enkel mannetje verbleef. In 2013 was deze verblijfplaats onveranderd aanwezig, maar bleek zich ook een groep van twaalf rosse vleermuizen te hebben gevestigd in een holte van een zeer oude schietwilg. Dat is erg goed nieuws, omdat in de afgelopen jaren enkele grote bomen met verblijfplaatsen in het nabijgelegen SES-gebied Park Groenestein verloren zijn gegaan. Deze nieuwe verblijfplaats kan dus de redding zijn voor een deel van de populatie van de rosse vleermuis in de stad Groningen: een mooi voorbeeld van het belang van een sluitend netwerk van ecologisch beheerde groengebieden in de stad.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met Mark Ronda, werkzaam als beleidsmedewerker ecologie bij de gemeente Groningen: mark.ronda@groningen.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *