Column; Jurisprudentie en natuurwetgeving

Succesvolle compensatie onwaarschijnlijk, ontheffing ingetrokken

Door: Martin van den Hoorn, adviseur ecologie bij Regelink Ecologie & Landschap

Een van de voorwaarden voor het verkrijgen van ontheffing is dat de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort niet in het geding komt. Om dit te garanderen kunnen compenserende maatregelen worden getroffen. Onlangs is een ontheffing ingetrokken omdat bij nader inzien de onderbouwing voor het slagen van de compenserende maatregel onvoldoende bleek te zijn. Dit benadrukt het belang van het inzetten van bewezen effectieve maatregelen en/of een goede monitoring bij de inzet van nieuwe maatregelen.

De casus

Door het aanleggen van het Westerdiepsterdalkanaal is leefgebied voor de door de Flora- en faunawet beschermde groene glazenmaker vernietigd. Voor het voorkomen van de groene glazenmaker is de aanwezigheid van krabbenscheer cruciaal. Aannemelijk was gemaakt dat door het aanleggen van een extra sloot het verlies aan areaal van krabbenscheer kon worden gecompenseerd. Omdat met deze aanleg werkgelegenheid werd gecreëerd in een regio met een hoge werkloosheid, ging hiermee een dwingende reden van groot openbaar belang gemoeid en werd voor de aanleg van het Westerdiepsterdalkanaal een ontheffing verleent.

Het bezwaar

Door bezwaarmakers werd echter betwijfeld of de zogenaamde “compensatiesloot” wel de juiste milieuomstandigheden had om een gezonde populatie aan krabbenscheer te herbergen. Om dit bezwaar te onderbouwen werd door de bezwaarmakers een externe deskundige ingeschakeld. Deze deskundige schatte de kans op het succesvol voorkomen van krabbenscheer in de compensatiesloot op maximaal 10 procent. Het door de provincie Groningen ingeschakelde bureau schatte dat na het doen van enkele aanpassingen aan de sloot de kans op het succesvol voorkomen van krabbenscheer circa 50 procent was. De opgestelde notitie van het door de provincie ingeschakelde bureau berustte voor een groot deel op aannames. De Afdeling was daarom van oordeel dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd dat de compensatiesloot met een juiste inrichting en beheer geschikt kan worden voor krabbenscheer en daarmee de groene glazenmaker.

Het vervolg

De staatsecretaris werd vervolgens in de gelegenheid gesteld om alsnog te motiveren dat de compensatiesloot wel degelijk met succes voor krabbenscheer kon worden ingericht. Hiertoe werd een derde deskundige ingeschakeld. Deze deskundige kon echter niet met zekerheid zeggen of de waterkwaliteit van de compensatiesloot gezien de agrarische omgeving op een voor krabbenscheer geschikt niveau te brengen en te handhaven is. Deze deskundige was van oordeel dat de kans dat krabbenscheer uiteindelijk duurzaam van de sloot gebruik kan maken heel moeilijk in te schatten was, maar mogelijk 50% zou kunnen zijn.

De vaststelling

De Afdeling stelde vast dat beide geraadpleegde deskundigen de huidige waterkwaliteit van de compensatiesloot niet geschikt achten voor krabbenscheer. Dit komt overeen met de feitelijke situatie dat, ruim zes jaar na de ontheffing verlening, nog steeds geen krabbenscheer in de compensatiesloot voorkomt. Het destijds in de compensatiesloot uitgezette krabbenscheer is nooit aangeslagen en uiteindelijk zelfs verdwenen. Tevens bestaat bij beide deskundigen twijfel over de kans dat de compensatiesloot dusdanig geschikt kan worden gemaakt voor krabbenscheer, dat deze in de nabije toekomst blijvend zal aanslaan in die sloot.

De conclusie en gevolgen

Omdat de gunstige staat van instandhouding van de groene glazenmaker afhankelijk is van het voorkomen van krabbenscheer in de compensatiesloot, stelt de Afdeling dat de staatssecretaris zich niet in het standpunt had mogen berusten dat het belang van de realisering van het project op de lange termijn zwaarder weegt dan het belang van het behoud van het leefgebied van de groene glazenmaker. De afgegeven ontheffing is dan ook ingetrokken. De Afdeling houdt de optie open dat de staatsecretaris de provincie Groningen opdraagt de oude situatie weer te herstellen.

De uitspraak in een ruimer kader

De uitspraak laat zien dat wanneer compensatie ondeugdelijk wordt uitgevoerd, de uiterste consequentie kan zijn dat een afgegeven ontheffing wordt ingetrokken en de oude situatie moet worden herstelt. Veiligheidshalve wordt daarom vaak uitsluitend gebruik gemaakt van “bewezen effectieve maatregelen”. Deze bewezen effectieve maatregelen zijn echter lang niet altijd de beste oplossing en in een aantal gevallen zijn deze maatregelen niet voorhanden. Wanneer in een specifieke situatie onbekende maatregelen worden toegepast, dan is monitoring vaak ook verplicht. Het is verstandig om altijd een “plan B” achter de hand te hebben voor wanneer uit de monitoring blijkt dat de compensatie niet werkt. Bij grote kostbare projecten is het verstandig eerst te kijken of de compensatie werkt alvorens de ingreep uit te voeren. In het onderhavige geval is het kanaal al gegraven (kosten 6 miljoen) met als uiterste consequentie dat het niet in gebruik kan blijven voor de pleziervaart.

Bron: http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=82709

Martin van den Hoorn

Martin van den Hoorn is werkzaam als adviseur ecologie bij Regelink Ecologie & Landschap. Vanuit deze functie heeft hij dagelijks te maken met wet- en regelgeving rond natuur. Omdat de interpretatie van deze wet- en regelgeving door jurisprudentie en aangepaste standpunten van Bevoegd Gezag sterk in beweging is wordt in deze rubriek steeds een actueel thema rond jurisprudentie behandeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *