Rubriek; Laatste weetjes over de Wet natuurbescherming

Actualisatie voor gemeenten; verplicht aanhaken van de Wnb bij de omgevingsvergunning komt te vervallen

Door: Lucia Schat, Regelink Ecologie & Landschap

Met de Omgevingswet in het vooruitzicht wordt de aanhaakplicht voor de Wet natuurbescherming (Wnb) bij de omgevingsvergunning niet van kracht. Het kabinet acht het wenselijk dat initiatiefnemers, in de periode dat de Wnb in werking is getreden maar de Omgevingswet nog niet, de mogelijkheid behouden om voor natuuraspecten een afzonderlijke vergunning of ontheffing aan te vragen. Dit wordt opgenomen in artikel 5.13 van het ontwerpbesluit.

Wat houdt het komen te vervallen van de aanhaakplicht in voor gemeenten als bevoegd gezag?
In eerste instantie zou de gemeente met de inwerkingtreding van de Wnb het bevoegd gezag worden over alle omgevingsvergunningen voor locatie-gebonden activiteiten die gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied en/of voor flora en fauna. Ook zouden gemeenten in beginsel het bevoegd gezag worden als het gaat om toezicht en handhaving op die omgevingsvergunningen. Dit onderdeel van de Wnb komt nu te vervallen.
Als de Wnb op 1 januari 2017 in werking treedt behoudt de initiatienemer de mogelijkheid om eerst een natuurvergunning/-ontheffing aan te vragen bij de provincie (in uitzonderlijke gevallen bij RVO), om pas daarna het Wabo-traject bij de gemeente te starten.
Let wel; In Artikel 2.7 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is opgenomen dat een toestemming natuur voor een project eerder aangevraagd mag worden dan de omgevingsvergunning voor het betreffende project (hiermee is het doorlopen van het vvgb-traject niet nodig). Maar vraag je een omgevingsvergunning aan en heb je vooraf nog geen Wnb vergunning/ontheffing aangevraagd, dan moet weldegelijk verplicht worden aangehaakt.
Daarnaast kan hij ervoor kiezen om de natuurvergunning/-ontheffing aan te haken bij de omgevingsvergunning; daarmee wordt de gemeente ook over de Wnb het bevoegd gezag. De huidige keuzemogelijkheden van een initiatiefnemer voor het bewandelen van een vergunningstraject blijven dus van kracht.

Aanhaakplicht vervalt; verandert er nu nog wel iets voor gemeenten?
Met de inwerkingtreding van de Wnb verschuift een deel van het takenpakket van de soortenbescherming straks van het Rijk naar de provincies. Met het vervallen van de aanhaakplicht wordt in meer gevallen de provincie nu het bevoegd gezag. Provincies zien het belang van samenwerking en afstemming met hun gemeenten bij deze nieuwe verantwoordelijkheden.
Met de decentralisatie van het natuurbeleid naar provincies neemt het belang van de (signalerings)rol van gemeenten in het nieuwe beleid verder toe. Zo moeten gemeenten kennis in huis hebben om aanvragen te kunnen toetsen op volledigheid en weten wanneer een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) aangevraagd moet worden. Ook moeten zij toezicht kunnen houden op en kunnen handhaven bij projecten waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Het is belangrijk dat gemeenten inhoudelijk in staat zijn om hun taken goed uit te voeren en net als provincies in het kader van de Wnb expertise op gaan bouwen. Zo moeten medewerkers van het klantencontactcentrum van gemeenten weten hoe zij vergunning- en ontheffingsaanvragen goed moeten afhandelen en vragen hierover adequaat kunnen beantwoorden.
De signaleringsrol van gemeenten vereist verder een goede afstemming met provincies over interpretatie van vergunningplicht, deling van kennis over aanwezigheid van soorten in de provincie/gemeente en beleid en beheermaatregelen.

Over de invulling van de rol van gemeenten bestaat bij veel organisaties nog veel onduidelijkheid. In de tweede helft van 2016 worden er dan ook regionale bijeenkomsten georganiseerd door het Ministerie van Economische Zaken, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en provincies. Meer informatie hierover volgt binnenkort via de nieuwsbrief van het Platform Natuur in de Gemeente.

Bron:
Regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Kamerstuk 33 348. Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken. Nr. 177. Den Haag, 13 mei 2016.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *