Column; Natuurwetgeving

Gedragscodes en de Wet natuurbescherming; Over overgangsrecht en onjuiste verwachtingen

Voor alledaagse werkzaamheden in de buitenruimte maken gemeenten, waterschappen, aannemers en natuurbeheerders gebruik van gedragscodes die zijn opgesteld in het kader van de Flora- en faunawet. Kunnen deze gedragscodes nu ook worden gebruikt onder de Wet natuurbescherming? En, omdat de Wet natuurbescherming ook tot doel heeft om een en ander makkelijker te maken, kan onder deze wet een gedragscode dan ook ruimer worden ingezet?

Waarom gedragscodes?
Gedragscodes beschrijven een werkwijze bij geregeld terugkerende werkzaamheden waarmee een overtreding zo goed mogelijk wordt voorkomen, en, wanneer dat niet mogelijk is, de eventuele overtreding tot een aanvaardbaar ecologisch effect wordt beperkt. Voor deze handelingen worden initiatiefnemers vrijgesteld van de wet. Het voordeel hiervan is dat initiatiefnemers niet voor elke kleine handeling die formeel een wettelijke overtreding is een ontheffing hoeven aan te vragen, en dat handhavers kunnen controleren of er wel op de juiste wijze wordt gewerkt.

Gedragscodes Flora- en faunawet en de Wet natuurbescherming
In de Wet natuurbescherming is in hoofdstuk 9 het overgangsrecht opgenomen. In artikel 9.6 is een passage opgenomen over gedragscodes. Dit artikel is moeilijk te doorgronden. Maar in principe staat er:

”Wanneer bij het uitvoeren van werkzaamheden er aantoonbaar gewerkt wordt met een geldige, goedgekeurde gedragscode Flora- en faunawet gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van soortbescherming niet, maar dan moet de gebruikte gedragscode voor die werkzaamheden waarvoor de gedragscode wordt ingezet wel een vrijstelling geven voor de verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet”.

Zolang de gedragscode Flora- en faunawet nog niet verlopen is, kan er dus ook onder de Wet natuurbescherming mee worden gewerkt. Gedragscodes worden afgegeven voor een periode van vijf jaar. Veel gedragscodes zijn bijna verlopen, maar kunnen op verzoek door het ministerie van EZ worden verlengt tot het moment dat er een nieuwe gedragscode Wet natuurbescherming beschikbaar is.

Er kan echter niet met een gedragscode Flora- en faunawet onder de Wet natuurbescherming worden gewerkt wanneer er soorten in het geding zijn die die onder de Flora- en faunawet niet beschermd waren, maar dit wel zijn onder de Wet natuurbescherming. De gedragscode Flora- en faunawet geeft namelijk alleen vrijstelling voor de onder de Flora- en faunawet beschermde soorten.

In een blog die u hier kunt vinden wordt dit onderwerp, met bijbehorende wetsartikelen, stap voor stap uitgewerkt.

Gedragscodes onder de Wet natuurbescherming
De gedragscodes onder de Flora- en faunawet waren bedoeld voor werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en onderhoud en geldig voor zowel de zwaarder als de strikt beschermde soorten (de zogenoemde Tabel-2 en -3 soorten en vogels). Voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting was de gedragscode alleen bruikbaar voor de zwaarder beschermde soorten (de Tabel 2 soorten).

De reden voor deze beperkte geldigheid ten aanzien van strikt beschermde soorten (lees Habitatrichtlijnsoorten) en vogels (lees Vogelrichtlijnsoorten) was als volgt: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het Europese recht geen ruimte gaf voor het verlenen van vrijstellingen anders dan in de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn genoemde belangen.

Bijzonder is dan ook dat in artikel 3.31 van de Wet natuurbescherming staat dat wel voor alle beschermde soorten door middel van een gedragscode een vrijstelling kan worden verleend voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Aan de goedkeuring van de gedragscode moet dan wel een in de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn genoemd belang ten grondslag liggen.

De situatie die hierbij kan ontstaan is dat bijvoorbeeld de gedragscode van de Unie van Waterschappen, op basis de grote maatschappelijke belangen die zij dienen in het kader van volksgezondheid, openbare veiligheid e.d., een vrijstelling bewerkstelligt voor alle beschermde soorten, en dat deze gedragscode vervolgens wordt gebruikt voor werkzaamheden die op zichzelf niet voldoen aan in de Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn genoemde belangen.  Dat dit tot een stroom van rechtszaken zal leiden behoeft denk ik geen nader betoog.

Samenvattend

  • Gedragscodes opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen (zolang zij nog geldig zijn) onder de Wet natuurbescherming worden gebruikt, maar niet voor soorten die wel onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd en niet onder de Flora- en faunawet.
  • Gedragscodes opgesteld onder de Wet natuurbescherming bieden vrijstellingsmogelijkheden voor alle beschermde soorten, zolang de werkzaamheden waarvoor deze gedragscode wordt ingezet een in de Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn genoemde belangen dienen.

Door: Martin van den Hoorn, Regelink Ecologie & Landschap

Martin van den Hoorn is werkzaam als adviseur ecologie bij Regelink Ecologie & Landschap en eigenaar van CENW l Contra-expertise Natuurwetgeving. Vanuit deze functies heeft hij dagelijks te maken met wet- en regelgeving rond natuur. In deze rubriek wordt telkens een actueel onderwerp behandeld.