Column; Natuurwetgeving

Gedragscode natuurinclusief renoveren juridisch op de proef gesteld!

Voor alledaagse werkzaamheden in de buitenruimte maken gemeenten, waterschappen, aannemers en natuurbeheerders gebruik van gedragscodes die vrijstellingen geven voor verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming. Dat is handig, want dan hoeft niet voor elke overtreding een ontheffing aangevraagd te worden. Voorwaarde is dat een overtreding zo goed mogelijk wordt voorkomen en een eventuele overtreding tot een aanvaardbaar ecologisch effect wordt teruggebracht. Nieuw is dat de wetgever onder de Wet natuurbescherming ook de ruimte biedt om een gedragscode te gebruiken voor ruimtelijke ontwikkelingen wanneer er onder de Habitatrichtlijn bijlage IV beschermde soorten in het geding zijn. Op basis hiervan is de Gedragscode natuurinclusief renoveren goed gekeurd. Meerdere belangenorganisaties zijn echter van mening dat met het gebruik van de Gedragscode natuurinclusief renoveren er onvoldoende zorgvuldig wordt gehandeld, wat leidde tot een golf aan uitgebreide en onderbouwde ingediende zienswijzen. Zowel door de Stichting Ecologisch Vleermuis Onderzoek Nederland (SEVON) als door Huismus Bescherming Nederland Stichting Witte Mus is beroep aangetekend. Het wordt interessant of de nieuwe ruimte die de wet ten aanzien van vleermuizen biedt door de Raad van State inderdaad als niet strijdig met de Habitatrichtlijn wordt gezien. Om deze column te kunnen baseren op gedegen achtergrondkennis van het ingediende beroepschrift van SEVON, is hiervoor René Janssen, voorzitter van SEVON geïnterviewd. In deze column wordt op een aantal aspecten van het bezwaar van SEVON ingegaan.

Waar zitten de pijnpunten in de Gedragscode natuurinclusief renoveren?
SEVON voert de volgende gebreken aan:

  1. De Gedragscode geeft onvoldoende invulling aan de in de Wet natuurbescherming opgenomen zorgplicht;
  2. De Gedragscode biedt onvoldoende borging ten aanzien van de gunstige staat van instandhouding van de verschillende vleermuispopulaties;
  3. Er is in de Gedragscode onvoldoende ruimte of verplichting voor een alternatievenafweging;
  4. Het instrument van de Gedragscode is in deze vorm strijdig met de Habitatrichtlijn als vrijstelling voor verbodsbepalingen met betrekking tot vleermuizen;
  5. De voorgeschreven monitoring in de Gedragscode is onvoldoende;
  6. De Gedragscode geeft geen limitatie aan het aantal te renoveren projecten.

 

Op de eerste vier punten ga ik wat dieper in, waarbij ik de belangrijkste argumenten van de SEVON kort behandel.

Onvoldoende invulling zorgplicht
In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is onder andere de zorgplicht ten aanzien van in het wild levende diersoorten beschreven. Vanuit deze zorgplicht is er volgens SEVON altijd geredeneerd dat, voordat er ergens een ingreep of activiteit plaats vindt, een initiatiefnemer zich er van moet vergewissen of er vleermuizen in het projectgebied aanwezig zijn en zo ja, welke functie(s) het projectgebied voor deze vleermuissoort(en) heeft. Gebruikelijk is dat hiervoor een jaarrond onderzoek wordt uitgevoerd. De Gedragscode schrijft echter geen jaarrond onderzoek meer voor, maar volstaat met een “omgevingscheck”. Doordat er wordt afgezien van een gericht onderzoek bestaat volgens SEVON het gevaar dat de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen verkeerd wordt ingeschat. Hierdoor kunnen er geen adequate maatregelen worden genomen om de verblijfplaatsen en de dieren zelf te beschermen en de gunstige staat van instandhouding te borgen.

Onvoldoende borging van de gunstige staat van instandhouding
Als gevolg van het niet uitvoeren van afdoende onderzoek meent SEVON dat niet wordt gewaarborgd dat populaties van vleermuizen in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding kunnen blijven voortbestaan. Aangevoerd wordt dat dit met name een probleem is voor de zeldzamere soorten en voor kolonievormen van meer algemene soorten waarvan nog relatief weinig bekend is (zoals bijvoorbeeld massawinterverblijfplaatsen).

Naast het onvoldoende doen van onderzoek is SEVON van mening dat, omdat er nog onvoldoende bekend is over de effectiviteit van de mitigerende maatregelen zoals deze in de gedragscode worden voorgesteld, de voorgestelde maatregelen daarmee niet bijdragen aan het streven de populaties van vleermuizen in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Onvoldoende ruimte of verplichting voor een alternatievenafweging
Bij de afweging of een ontheffing of vrijstelling (zoals bij een Gedragscode) kan worden afgegeven, dient op grond van artikel 16 lid 1 HRL bepaald te worden of er alternatieve oplossingen voorhanden zijn. Hier wordt in de Gedragscode niet op ingegaan. Volgens SEVON is het veel zorgvuldiger om woningen waar aantoonbaar kwetsbare kolonies (zoals kraamkolonies van meervleermuizen, laatvliegers en baardvleermuizen en massawinterverblijven e.a.) aanwezig zijn of waar deze zonder zorgvuldig onderzoek niet naar alle redelijkheid kunnen worden uitgesloten, voorlopig niet te isoleren totdat duidelijk is welke vorm van mitigatie wel werkt.

Strijdig met de Habitatrichtlijn
Juridisch het meest interessant is de vraag of de ruimte die de Wet natuurbescherming biedt om voor vleermuizen ook voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een vrijstelling te verlenen niet in strijd is met de Habitatrichtlijn. Een vrijstelling voor een verbodsbepaling kan immers pas worden gegeven als er een in de Habitatrichtlijn genoemd belang aan de orde is. Ruimtelijke ontwikkeling en inrichting is geen in de Habitatrichtlijn genoemd belang. Pas als voor elke afzonderlijke ingreep waarvoor de gedragscode wordt ingezet afdoende kan worden aangetoond dat er ook een in de Habitatrichtlijn genoemd belang aan de orde is kan een gedragscode een juridisch correct instrument zijn.   SEVON is van mening dat dit voor de projecten waarvoor de gedragscode wordt ingezet onvoldoende onderbouwd is. Daarnaast vereist een goedkeuring aan een handeling waarbij verbodsbepalingen worden overtreden met betrekking tot Habitatrichtlijnsoorten volgens SEVON een strenge afweging, waarbij een individuele beoordeling meer recht doet aan de vereisten van de Habitatrichtlijn dan een generieke vrijstelling voor diverse handelingen.

Hoe nu verder?
In eerdere uitspraken heeft de ABRvS geoordeeld dat gedragscodes voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting strijdig zijn met de Vogel- en Habitatrichtlijn. Interessant wordt of dit standpunt gehandhaafd blijft, of dat met het inbouwen van afdoende zekerheden het instrument van gedragscodes toch overeind blijft. Zeker is dat deze beroepszaak verstrekkende gevolgen kan hebben voor andere toekomstige gedragscodes.

Met dank aan René Janssen, voorzitter van SEVON, voor het verstrekken van de informatie.

Door: Martin van den Hoorn

Martin van den Hoorn is eigenaar van CENW | Contra-expertise Natuurwetgeving. Vanuit deze rol heeft hij geregeld te maken met wet- en regelgeving rond natuur. In deze column wordt telkens een actueel onderwerp behandeld.


2 reactie op “Column; Natuurwetgeving

  1. Dank voor de aandacht die u aan onze organisatie schenkt.

    Mw mr Bondine Kloostra is de advocate die ons bij staat.
    Uit haar analyse van de zaak blijkt dat er door deze Gedragscode niet is voldaan aan de drie uitzonderingsgronden waarmee een overtreding van de Wet natuurbescherming gelegitimeerd zou zijn.
    De drie gronden zijn zoals bekend,
    1. er is geen andere mogelijkheid,
    2. de ingreep is noodzakelijk in het kader van U, V, W, X, Y of Z
    3. de staat van instandhouding wordt niet (verder) verslechterd.

    Onze stelling is dat er wel degelijk andere mogelijkheden zijn. Zowel voor de noodzakelijke renovaties als voor de wijze waarop het habitat van huismussen in eerste instantie compleet weg gevaagd wordt.
    Ook is de woningisolatie, hoewel wel noodzakelijk vanwege CO2 reductie, niet noodzakelijk op grond van in de wet genoemde punten.
    En tenslotte vindt er een verslechtering in de staat van instandhouding van de huismus plaats. Zeker wanneer er met grote spoed opgeschaald wordt.

    Met vriendelijke groet,

    Liset Karman
    Voorzitter
    Huismus Bescherming Nederland
    Stichting Witte Mus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *